Alice in biocideland.
Posted by Bas at April 12th, 2007
Het verhaal wat u hieronder kunt lezen is de zieke realiteit en een feitelijke weergave van de situatie hier in Nederland. Losjes gebaseerd op Alice in Wonderland proberen wij u uit te leggen wat de waarheid is rondom, en de achterliggende reden is van geïmpregneerd hout, groene stroom, mileubeton en de miljarden euro’s aan milieusubsidie die wij betalen aan onze AVI’s (groene-stroomcentrales). Tevens zult u gaan begrijpen waarom kanker doodsoorzaak nummer 1 is in Nederland. Als u schrikt is dat een volkomen normale reactie, als u boos wordt ook. Graag willen wij u wel troosten met de opmerking dat er een oplossing voorhanden is. U kunt het in onderstaand artikel allemaal lezen.
U kunt het complete verhaal HIER downloaden en eventueel uitprinten, dat leest stukken makkelijker. Wij hopen dat u het wilt kopiëren en verspreiden omdat het misschien wel het belangrijkste stuk is wat u in jaren hebt gelezen. Over kopierechten doen wij niet moeilijk: die heeft u bij deze. Vermeld u er dan wel bij waar het vandaan kwam?
Wij zullen uw ongeduld niet langer meer ophouden, hier is Alice in biocideland:
Alice in biocideland.
We schrijven het jaar onzes Heeren 1962 als in ons kleine kikkerlandje de basis wordt gelegd voor het grootste vergiftigingsschandaal die de wereld ooit heeft gekend. In dat jaar zag namelijk de Bestrijdingsmiddelenwet het trieste levenslicht. Wellicht goedbedoeld maar geplaagd door ernstige tekortkomingen en tegenstrijdigheden is deze draak van een wet het bestuurlijke vehikel geweest voor de diffuse verspreiding in het Nederlandse milieu van onder andere meer dan 13 miljoen kilo arsenicum en 30 miljoen kilo chroom VI. Twee van de zwaarst kankerverwekkende stoffen die er bestaan, en niet voor niets zwarte lijst-stoffen. Het is zelfs zo dat we niet eens zeker weten welke kwalijke stoffen er nog meer willekeurig verspreidt zijn en in welke hoeveelheden. Wat we wel zeker weten is dat op dit moment kanker doodsoorzaak nummer 1 is en er naar schatting zo’n 400.000 Nederlanders lijden aan deze sluipmoordenaar.
Gaat u met ons mee door een woud van regels en ambtelijk getover? In een verhaal dat verwart en waarin niets is wat het lijkt of lijkt wat het is. U kan zich soms verdwaald voelen en wanhopig, maar uiteindelijk zult u begrijpen wat de oorzaak is van voorgaande afschrikwekkende cijfers maar bovenal gaat u betoverd worden door de elegante eenvoud van de oplossing die hiervoor bestaat maar niet mag bestaan.
“Het is niet het bankje waar je op zit, Alice, maar dat waar je niet op zit: Niet zit op wat erin zit maar zit op wat er ogenschijnlijk niet in zit”.
Bij het toelaten van een bestrijdingsmiddel wordt alleen rekening gehouden met de als biocide werkzame stoffen. Geen artikel of lid van de Bestrijdingsmiddelenwet rept met ook maar een woord over niet-werkzame stoffen. Hierdoor kan men elk soort gevaarlijk afval verstoppen in bijvoorbeeld houtverduurzamingsmiddellen (niet agrarische bestrijdingsmiddelen) zoals Celfix. Dit laatste goedje wordt op grote schaal toegepast in de houtimpregneerindustrie en staat beter bekend onder de naam CC-wolmanzout. Dit omdat de werkzame bestanddelen Chroomtrioxide en koperoxide zijn. Volgens het periodiek systeem der elementen zijn dit zogenaamde metaalzouten. Wij gaan niet al te diep in op chemische terminologie dus laten we het bij de opmerking dat een metaalzout zich, min of meer, net zo gedraagt als gewoon keukenzout: het is volledig in water oplosbaar en als het water verdampt vormt het zich weer terug naar kristallen. Neemt u wel de waarschuwing in acht dat metaalzouten niet geschikt zijn voor op een eitje!
Mensen maken fouten, dus ook politici. Zoals eerder beschreven valt of staat de effectiviteit van een wet bij de gratie van wat er niet instaat. Indien niet met alle omstandigheden en mogelijkheden wordt rekening gehouden, spreken we over gaten in de wet. Iedere wet heeft hier en daar wel een paar gaatjes waar menigeen gebruik of misbruik van maakt. Echter: indien een gat niet gedicht wordt na constatering ervan, kan het misbruik ervan doorgaan. Het zal uiteindelijk gemeengoed worden en in sommige gevallen zelfs winstgevend. Zo spreekt de Bestrijdingsmiddelenwet ook niet over de gebruiks- of afvalfase van een biocide. Dit betekent dat bij de toelating van een middel slechts rekening gehouden mag worden met de veiligheid ervan tijdens de productie. Op het moment dat het product de fabriek verlaat kijkt niemand er meer naar om. Het is voor het College Toelating Bestrijdingsmiddelen bij de toetsing en toelating van een biocide zelfs verbóden om rekening te houden met eventuele milieu- of gezondheidsschade buiten de productiefase van het geïmpregneerde hout!
“Je wil wel, Alice, maar je mag niet. En al mocht het, dan kon je het zelfs nog niet”
Het wordt zelfs nog veel vervelender: in het geval van houtverduurzamingsmiddelen wordt slechts gesproken over een biocide zolang het spul in het hout zit. Op het moment dat het eruit is geloogd, spreekt men niet meer over een biocide en valt het ook niet meer onder de Bestrijdingsmiddelenwet. Snapt u het nog? Het is eigenlijk net zo eenvoudig als cynisch: zolang een houtverduurzamingsmiddel in het hout zit is het een biocide omdat het dan het hout beschermd tegen rotten, schimmels en insecten. Maar als het eruit geloogd is, betreft dat gedeelte ervan geen biocide meer want het is nu niet meer werkzaam als beschermingsmiddel voor het hout. Dat u dan blootstaat aan de zwaarst kankerverwekkende stoffen die er bestaan, zal de Bestrijdingsmiddelenwet en de wetgever een zorg zijn.
Wellicht vraagt u zich af waarom de wet niet aangepast wordt, het kan toch eenvoudig? Welnu: sinds de invoering van de wet in 1962 is deze om en nabij 251 keer aangepast, gewijzigd, aangevuld en ga zo maar door. Maar geen van die wijzigingen heeft toepassing gehad op hetgeen waar wij in dit stuk over spreken. Heeft iemand er misschien overheen gekeken? Waarschijnlijk niet. Er wordt namelijk veel geld bespaard met het verkopen van gevaarlijk afval als houtverduurzamingsmiddel. De stoffen die erin gaan zijn, zoals gezegd, gevaarlijk afval van de chemische industrie en als zodanig dient het eigenlijk ook behandeld te worden. Met de huidige milieuwetgeving zou dat neerkomen op een enorme kostenpost voor des lands’ petro-chemische industrieen en ertssmelterijen omdat deze rommel, net als radioactief afval, voor altijd en eeuwig in metersdik beton opgeslagen dient te worden. Echter: dankzij de gaten in onder andere de Bestrijdingsmiddelenwet kan levensgevaarlijk afval omgetoverd worden in houtverduurzamingsmiddel en God weet wat nog meer, waarna het verkocht kan worden aan de nietsvermoedende burger. Dit is wat ze in de handel noemen een win-win situatie: zelfs het levensgevaarlijk afval wat men overhoudt na de toch al enorm winstgevende productie van olie, ijzer, medicijnen, plastic, meststoffen enzovoorts, kan men nu verkopen met nog hogere winsten.
“Winst is het devies, en winnen doen wij allemaal behalve jij, Alice”.
Net als de wetgever zal het onze industrieën een zorg zijn dat u ziek wordt. Sterker nog: ook daar worden belachelijk hoge winsten aan gemaakt. “Sleight of hand” noemt men dat: men maakt u bang voor de gevolgen van roken, meeroken, fijnstof en asbest terwijl men u van de andere kant massaal vergiftigt met kankerverwekkende stoffen. Als u dan eenmaal ziek bent vraagt u zich door de pijn, doodsangst en opgelegd schuldgevoel niet meer af waar u werkelijk ziek van bent geworden. U weet immers niet beter dan dat het uw eigen schuld is en door uw onaflatende vertrouwen in onze bestuurders meent u dat de regelgeving zo goed is opgezet dat het aan hun niet gelegen kan hebben. Tijd om de ogen te openen voor de misselijkmakende waarheid: de bestuurders die meegewerkt hebben om deze “Vergiftiging omwille van de Winst” praktijken te ontwikkelen en in stand te houden, krijgen bijna zonder uitzondering topfuncties bij de Raad van State, de PGGM of het KWF-kankerfonds (!!!), om er maar een paar te noemen. De slogan van de PGGM: “weet wat u waard bent” krijgt zo wel een zure bijsmaak, of niet?
We volgen het spoor tot aan de overheid want in 1986 stapte de staat der Nederlanden in het huwelijksbootje met acht petrochemische bedrijven te weten: Akzo, Dsm, Dupont de Nemours, Hoechst, Hoogovens, Shell, Unilever en Dow Chemical om nu voor eens en voor altijd dat lastige probleem met het gevaarlijke afval op te lossen. Daar heeft men geen gras over laten groeien want het consortium “AVR-chemie” kwam al snel met een doordacht plan wat min of meer neerkomt op het recyclen en saneren van het chemisch afval door de natuur. Onder natuur verstaan we, behalve de compartimenten lucht, water en bodem óók al het biologisch leven in die compartimenten. Natuurlijk vallen u, uw familie en kinderen hier ook onder.
“Waarom huil je nu, Alice? De zon schijnt toch boven de wolken?”
De weg die min of meer gevolgd wordt is aldus: Arch Timber Protection B.V. (voorheen Hickson Garantor) haalt het hoog problematisch gevaarlijk afval op bij de metaalindustrie en ertssmelterijen en tovert het om tot Superwolmanzout-Co. deze verkoopt het vervolgens aan de houtimpregneerbedrijven die de afvalstoffen onder hoge druk tot aan de kern van het hout persen waarna het verduurzaamde hout verwerkt wordt tot tuinhuisjes, schuttingen, tuintafels, bankjes kinderspeeltoestellen en ga zo maar door. Na een jaar of 10 is de constructie wel versleten en een heleboel van het kankerverwekkende gif er uitgeregend, maar lang niet alles. Zelfs na 15 jaar blootstelling aan het weer blijft er genoeg gif in het hout om het nog steeds te beschermen tegen houtrot, schimmels en insecten. Volgens de normstelling in de wet is het echter nog steeds gevaarlijk afval.
Wettelijk dient het dan afgevoerd te worden als gevaarlijk afval maar dat gebeurt niet omdat de overheid dan die ‘honderden miljarden’ schade zal moeten betalen. Herinnert u zich nog wat wij eerder schreven? Precies: bij de productie van het geïmpregneerde hout is met de gebruiks- en afvalfase geen rekening gehouden in de wet (er mág zelfs geen rekening mee gehouden worden!). Zelfs al zou er een wet zijn (milieubeheer, warenwet) die dit achteraf nog goed kon maken door een directe of indirecte regel, heeft voormalig minister Alders daar in 1992, middels een circulaire aan de Nederlandse houtimpregneerbedrijven, een stokje voor gestoken. Die circulaire laat er geen misverstand over bestaan dat de milieuvergunning voor die bedrijven geen betrekking heeft op de gebruiks- en afvalfase van het geïmpregneerde hout. Dat wil zeggen dat niets of niemand meer omkijkt naar de milieu- of gezondheidsgevaren van het hout op het moment dat het ‘t terrein verlaat alwaar het verduurzaamd is.
Dus wordt het gevaarlijke afvalhout geschredderd en vermengd met “schoon” afvalhout waarna het met overheidssubsidie als zuivere biomassa opgestookt kan worden om groene stroom op te wekken. Daarnaast wordt een deel verwerkt tot spaanplaat of mdf wat alwéér met winst verkocht kan worden in uw plaatselijke bouwmarkt, of verwerkt in meubels en keukenkastjes. Ten overvloede kunnen wij u vermelden dat zware metalen zich geheel niet laten verbranden en er door de schoorsteen van de centrale gewoon weer uitkomen, zich hechten aan fijnstof en met een regenbui weer op ons neerkomen. Wat overblijft ná verbranding is het zogenaamde vliegas en dit eveneens uiterst giftige en kankerverwekkende goedje wordt in een 50/50 verhouding vermengd in cement en in betonmortel en verkocht als “milieubeton” waarna het verwerkt kan worden in bruggen, gebouwen, wegen enzovoorts enzovoorts. Dat de bouwvakkers die met die cement en betonmortel moeten werken daarvan (op termijn) kanker zullen krijgen wordt op de koop toegenomen.
Noot: denk niet dat úw schutting of speeltoestel van geïmpregneerd hout wel veilig is omdat het een KOMO-keur heeft: de KOMO-keur op verduurzaamd hout betekent alleen dat het hout optimaal verduurzaamd is (maximaal gif er in), terwijl de KOMO-keur op speeltoestellen alleen spreekt over de mechanische veiligheid (dus niet de chemische veiligheid).
Het antwoord.
Wij zouden Groepzuid niet zijn als wij niet ook een oplossing konden aandragen. Zoals wij aan het begin van dit verhaal al aangaven is er een betoverende uitkomst voor deze problematiek. Het zal u inmiddels vast niet meer verbazen als wij u vertellen dat deze technologie al meer dan 15 jaar bestaat en ook al zolang wordt tegengewerkt en onderdrukt. Het gaat hier over de gepatenteerde Nuloptie technologie die is ontwikkeld door Ir. Leo Nevels van Edelchemie te Panheel. Door middel van het toepassen van processen die deze geniale man van moedertje natuur heeft afgekeken kan de Nul-optie ál ons afval (behalve het radioactieve afval) verwerken met nagenoeg geen uitstoot. Vandaar ook de naam Nul-optie. Hieronder volgt een korte omschrijving zoals u die kunt lezen op de website van Edelchemie:
Edelchemie is er in geslaagd om natuur-processen - via engineering - in milieutechnologie voor de verwerking van hoogproblematisch afval om te zetten. De in eigen huis ontwikkelde Nuloptie-technologie garandeert een optimale milieutechnische verwerking.
De Nuloptie is de verwerking van alle afval, uitgezonderd radioactief afval, met de laagste totale milieubelasting. De Nuloptie is gefundeerd op 3 internationaal geldende patenten voor:
- Mineralisatie via pyrolyse-verbranding
- Gasreiniging
- Verglazing van residuen en assen tot metaal en obsidiaan
De Nuloptie is gebaseerd op het waste-to-waste principe. Dit houdt in dat energierijk afval wordt ingezet tegen energiearm afval, zuur afval tegen basisch en oxiderend tegen reducerend.
In het proces bestaan veel interne materiaalkringlopen. Materialen worden teruggewonnen voor hergebruik. Uit hoogproblematisch afval worden uiteindelijk nieuwe zuivere grondstoffen, zuivere metalen en de half edelsteen obsidiaan gevormd.
Op dit moment ligt de fabriek stil door ambtelijke corruptie en tegenwerking van lokale en landelijke overheden. Als voorbeeld van hoe verziekt ons systeem werkt kan ik u vertellen dat de overheid deze technologie niet steunt met subsidie omdat men Edelchemie beticht van valse concurrentie! Onze regering geeft de subsidie liever aan vervuilende afvalverwerkers zodat zij zogenaamd de kans kunnen krijgen dezelfde minimale normen te halen als de Nul-optie (wat ze natuurlijk nooit gaat lukken, al zouden ze het proberen!). Dat deze cynische praktijk een leugen is van proporties die zijn weerga niet kent mag u wel duidelijk zijn onderhand. De enige technologie op de gehele wereld die in staat is om met een milieubelasting van bijna nul ál ons afval te verwerken en hier zelfs weer grondstoffen uit kan winnen, wordt alleen maar tegengewerkt omdat onze overheid liever heeft dat wij allemaal kanker krijgen! Het is zo ongelooflijk hemelschreiend dat er geen woorden voor zijn.
Een enkele Nul-optie installatie kost grofweg tien miljoen euro, een fractie van de honderden miljoenen euro’s aan subsidie die we nu samen ophoesten (letterlijk) om onze eigen pijnlijke dood te garanderen. Indien wij in iedere provincie een of twee Nul-optie installaties zouden bouwen, waren wij in een jaar of tien van al onze milieuproblemen af! Onze stortplaatsen waren weg, het geïmpregneerde hout was weg, het vervuilde slib kon verwerkt worden én we konden onze kinderen behalve een gezonde toekomst, een schoon en waarlijk duurzaam Nederland meegeven.