Verzoekschrift J. Jager aan gedeputeerde staten provincie Groningen.
Posted by Bas at May 27th, 2007
In het laatste artikel van Het Echte Nieuws leest u het schokkende relaas van mevrouw Jager uit Midwolde. Onder de streep kunt u als aanvulling daarop het verzoekschrift lezen wat het EKC voor mevrouw Jager heeft ingediend bij de gedeputeerde staten van de provincie Groningen. Het moge onderhand duidelijk zijn dat deze praktijken eerder regel zijn dan uitzondering in ons corrupte kikkerlandje. Wanneer komt aan deze totale bestuurlijke chaos een eind?
Dit artikel is in samenwerking met Jikke Jager, Het Echte Nieuws en het EKC tot stand gekomen.
Aantekenen met ontvangstbevestiging
Gedeputeerde State van de provincie Groningen,
t.a.v. Voorzitter J.G.M. Alders
Postbus 610,
9700 AP Groningen.
Sint Oedenrode, 20 mei 2007.
Tevens, excl. bijlagen, verstuurd per fax 050 - 3164933
Ons kenmerk: JJ/20057/vz
Betreft: Mw. J.J. Jager (cliënt)/
Verzoek om met toepassing van bestuursdwang (art. 18.14, lid 1, Wet milieubeheer) middels het opleggen van een dwangsom van € 10.000 per dag tot een maximum van € 1000.000,- de aanvoer, bewerking en afvoer van hout uit bouw- en sloopafval door het bedrijf Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. te Midwolde (Leek) zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken (art.18. 16, lid 1b, Wet milieubeheer) te laten beëindigen.
Geacht College, voorzitter Alders,
Namens mw. J.J. Jager , wonende aan Hoofdstraat 101, te 9355 TB Midwolde, hierna te noemen: cliënt, verzoeken wij U om met toepassing van bestuursdwang (art. 18.14, lid 1, Wet milieubeheer) middels het opleggen van een dwangsom van € 10.000 per dag tot een maximum van € 1000.000,- de aanvoer, bewerking en afvoer van hout uit bouw- en sloopafval door het bedrijf Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. te Midwolde (Leek) zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken (art. 18.16, lid 1b, Wet milieubeheer) te laten beëindigen en wel op grond van de volgende motivering:
Motivering bestuursdwangverzoek:
In voorschrift 5.2.3 uit de op 18 juli 2006 aan Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. verleende milieuvergunning staat letterlijk het volgende geschreven:
“5.2.3. Hout moet ten behoeve van de ter beschikking staande hergebruiksmogelijkheden worden gescheiden in A-, B-, en C- Hout.”
Dit voorschrift 5.2.3 kan onmogelijk worden nageleefd op grond van de volgende feiten:
- A-hout (is onbehandeld hout)
- B-hout (is geverfd, gelakt of verlijmd hout)
- C-hout (is verduurzaamd CCA-hout en CC-hout)
Het 4-tal feiten waarop dit voorschrift 5.2.3 onmogelijk kan worden nageleefd zijn:
1) CCA-hout bevat tussen de 2000 en 2600 mg/kg arseen, tussen de 1300 en 4800 mg/kg chroom VI en tussen de 800 en 2600 mg/kg koper en moet ingevolge de Europese afvalstoffenlijst (EURAL) als gevaarlijk afval worden verwijderd en verwerkt zie productie 1 of kijk op webpagina: http://www.sdnl.nl/epon-3.htm ).
2) In de afvalfase is zo’n 50-80 % van het CCA-hout overgeverfd of gelakt, waarmee door een verf- of laklaag betreffend C-hout is omgetoverd tot B-hout.
3) In de afvalfase heeft het overige CCA-hout dat niet is overgeverfd of gelakt, als gevolg van verwering, een gelijke grijze kleur als onbehandeld hout, waarmee door verwering het C-hout is omgetoverd tot A-hout.
4) Met het niet gescheiden binnenkrijgen van afvalhout uit bouw-en sloopafval wordt het onzichtbare gevaarlijk afvalgedeelte (CCA-hout en CC-hout) verdund met het eveneens onzichtbare niet gevaarlijk afvalgedeelte (onbehandeld hout). Het op deze wijze verdunnen van enorme grote hoeveelheden gevaarlijk afval tot (mogelijk) onder de grens van gevaarlijk afval is wettelijk verboden.
Op grond van bovengenoemd 4-tal feiten heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hierover bij uitspraak no’s F03.98.0171, F03.98.0179, F03.98.0180, F03.98.0181, F03.98.0182, F03.98.0183 en F03.98.0184 op 19 augustus 1998 letterlijk het volgende beslist (zie productie 2 of kijk op webpagina: http://www.sdnl.nl/uit-rs01.htm):
“Uit het door de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak uitgebrachte deskundigenbericht is gebleken dat verduurzaamd hout niet visueel valt te onderscheiden van onbehandeld hout”.
Deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is wetenschappelijk onderbouwd met een, in een deskundigenrapport vastgelegd, onderzoek van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak.
Met het opnemen van dit voorschrift 5.2.3 in de op 18 juli 2006 verleende milieuvergunning verplicht u het bedrijf Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. tot het verdunnen van gevaarlijk afval, ondanks de wetenschap dat een anti-mengclausule in het derde lid van artikel 4 van de Regeling Europese afvalstoffenlijst (Eural; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 158, blz 9) het mengen van gevaarlijk afval met ander afval (zgn. verdunnen) verbiedt.
Met het opnemen van dit voorschrift 5.2.3 in de op 18 juli 2006 verleende milieuvergunning wordt door u veroorzaakt dat binnen alle betrokken Nederlandse gemeenten bij het afgeven van bouw- en sloopvergunningen de voorschriften uit hun gemeentelijke bouwverordeningen en de Europese Afvalstoffenlijst (EURAL) worden overtreden.
Dat op de bouw- en sloopplaats het visueel niet te scheiden verduurzaamde bouw- en sloophout onder de codenummers: 170204* of 200137* ingevolge de Europese Eural als gevaarlijk afval moet worden verwijderd en verwerkt heeft het ministerie van VROM nota bene zelf berekend. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt bijgevoegd een 9-tal hierop betrekking hebbende pagina’s uit de Handreiking Eural van augustus 2001 van het ministerie van VROM (zie productie 3). Als conclusie staat daarin letterlijk het volgende geschreven:
“Op basis van de beschikbare informatie wordt geconcludeerd dat de afvalstof ‘CCA-afvalhout’” als gevaarlijk afval moet worden ingedeeld conform de Eural afhankelijk van de herkomst van deze afvalstof kan de stroom worden gecodeerd als 170204* of 200137*”.
Deze Eural is in Nederland in werking getreden per 1 januari 2002 waarbij aan betrokken bedrijven een overgangsperiode is vergund tot 1 januari 2003. Als feitelijk bewijs vindt u bijgevoegd de brief van minister J.P. Pronk van VROM, inzake inwerkingtreding Eural-regelgeving, met als nummer SAS/2001144547, aan de Colleges van gedeputeerde staten van de provincies en aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten (zie productie 4).
De bouwverordening van de gemeente Rotterdam vindt u op de volgende webpagina: http://www.bds.rotterdam.nl/content.jsp?objectid=158130
Onder artikel 4.11, lid 1a, en artikel 8.1.2, lid 5 van betreffende bouwverordening staat letterlijk het volgende voorgeschreven:
Artikel 4.11 Bouwafval
1. Het bouwafval moet op de bouwplaats ten minste worden gescheiden in de volgende fracties:
a. de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 158, blz. 9.);
Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning
5. Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten valt dat een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte van een bouwwerk is verontreinigd met de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL Stcr. 17 augustus 2001, nr. 159, blz. 9), dient een onderzoek te worden ingesteld naar de vermoedelijke verontreiniging en moet het rapport met de uitslag van dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning worden gevoegd
Met het opnemen van voorschrift 5.2.3 in de op 18 juli 2006 verleende milieuvergunning overtreedt niet alleen Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. maar ook alle betrokken gemeenten, vanwaar het bouw- en sloophout afkomstig is, hun eigen bouwverordening en de daarin opgenomen Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 158. blz.9).
U zult zich afvragen: hoe is dat toch mogelijk in deze situatie ?
- waarbij voormalig PvdA-milieuminister Hans Alders van VROM als voorzitter van Gedeputeerde Staten van Groningen de milieuvergunning heeft verleend.
- waarbij voormalig PvdA-milieuminister Margreeth de Boer President-commissaris is van de Raad van Commissarissen Afvalsturing Friesland (OMRIN), waarvan het bedrijf Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. onderdeel uitmaakt.
Voor het antwoord daarop lees bijgevoegd artikel “Eco-terrorisme door de overheid” uit Kleintje Muurkrant van 21 februari 2003 (zie productie 5 of kijk op webpagina: http://www.stelling.nl/kleintje/376/Vanrooij.htm):
In betreffend artikel heeft ondergetekende letterlijk het volgende geschreven zonder dat de voormalige PvdA-ministers Hans Alders en Margreeth de Boer van VROM daarop (na maar liefst ruim 4 jaar) op hebben gereageerd.
Wie zwijgt stemt toe: dit betekent dat deze twee voormalige PvdA-ministers van VROM het met die inhoud (lees hieronder) volledig eens zijn:
—————————————————————————————————————————
Eco-terrorisme door de overheid
Eco-terrorisme is een verschijnsel waarbij milieuvriendelijke en duurzame woorden worden gebruikt om de wet te kunnen overtreden en daarmee letterlijk alles te vergiftigen omwille van de winst voor enkelen. Met het afgeven van eco-certificaten, duurzaamheidscertificaten wordt deze algehele vergiftiging zwaar gesubsidieerd.
Door Ad van Rooij
Met het afsluiten van convenanten, zoals bij de houtimpregneerbranche en de elektriciteitsmaatschappijen, wordt voor deze gesubsidieerde vergiftiging nationaal een maatschappelijk breed draagvlak gecreëerd. Met het ondertekenen van internationale protocollen, zoals het Rio de Janeiro-protocol en het Kyoto-protocol wordt deze gesubsidieerde vergiftiging wereldwijd maatschappelijk opgedrongen. Overige wettelijke hindernissen worden met het inbouwen van tekortkomingen in wetgeving, zoals in de Bestrijdingsmiddelenwet en in de Circulaire voor houtimpregneerbedrijven gladjes weggewerkt. Strafrechtelijk optreden hiertegen heeft de Hoge Raad der Nederlanden met haar Pikmeer-jurisprudentie geblokkeerd. Daarmee is Nederland het centrum geworden van waaruit straffeloos en wereldwijd eco-terrorisme kan worden bedreven. Voormalig CDA-burgemeester van Luyksgestel mr. F.J.M. Houben is mijns inziens een van de grondleggers voor dit wereldwijde eco-terrorisme. Het is allemaal begonnen op 31 oktober 1973. Houthandelaar C. Tissen mocht van burgemeester Houben in het buitengebied van Luyksgestel een houtconserveringsinrichting bouwen onder de strikte voorwaarden dat uitsluitend wolmanzouten gebruikt mochten worden. Om te voorkomen dat geen ander houtverduurzamingsmiddel werd gebruikt moest houthandelaar Tissen van burgemeester Houben een verklaring tekenen dat hij 1000 gulden aan de gemeente Luyksgestel zou moeten betalen voor elke dag dat hij een ander conserveringsmiddel gebruikt. Deze door burgemeester Houben ondertekende verklaring kunt u vinden bij de Sociale Databank Nederland (www.sdnl.nl/ekc-gs68.htm). Het moet bij voormalig CDA-burgemeester Houben toen bekend geweest zijn dat de reikwijdte van de sinds 1962 van kracht geworden Bestrijdingsmiddelenwet een (bewuste) ernstige tekortkoming kent, hetgeen inhoudt dat bij de besluitvorming van de toelating van een bestrijdingsmiddel geen rekening gehouden mag worden met de milieu- en gezondheidsschade van het betreffende bestrijdingsmiddel in de afvalfase. Het afgewerkte produkt komt dan met gif en al op de vuilstort, via verbrandingsovens of op een andere wijze verspreid in het milieu terecht.
Zo heeft het kunnen gebeuren dat de metaalindustrie en ertssmelterijen (Billiton/Budelco/Shell) jaarlijks duizenden tonnen hoogproblematisch gevaarlijk afval, met daarin zeer hoge concentraties arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI), kon en kan omzetten tot het bestrijdingsmiddel (houtverduurzamingsmiddel) wolmanzout. Dit ondanks het feit dat deze stoffen vanwege hun milieugevaarlijke eigenschappen in internationaal verband op de zwarte stoffenlijst zijn opgenomen en in het milieu brengen ervan via een maximale brongerichte aanpak met de best bestaande techniek voorkomen moet worden.
Met het op deze wijze omzetten van hoogproblematisch gevaarlijk afval tot wolmanzouten, dat vervolgens wordt verkocht aan houtimpregneerbedrijven, verdienen eco-terroristen veel geld. Het moge u duidelijk zijn dat hierin de werkelijke oorzaak gezocht moet worden dat houthandelaar C. Tissen in 1973 van burgemeester Frank Houben op last van een boete van 1000 gulden per dag zijn hout moest impregneren met wolmanzouten, anders werd de bouwvergunning voor de impregneerinstallatie niet verleend.
In 1987 is deze F.J.M. Houben Commissaris van de Koningin van de provincie Noord-Brabant geworden. Precies vanaf dat moment kreeg ik persoonlijk te maken met genoemd eco-terrorisme. In dat jaar begon houtzagerij en klompenmakerij Gebr. van Aarle B.V. in het kritische Dommeldalgebied van Sint Oedenrode met het bouwen van een houtimpregneerinrichting zonder een daarvoor vereiste bouwvergunning, in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Zowel burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode als wel Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant traden daartegen niet op, ondanks mijn vele verzoeken daarom.
Bij brief van 12 maart 1992 berichtte PvdA minister H. Alders van VROM mij dat op mijn toekomstige brieven over gewolmaniseerd hout geen inhoudelijke beantwoording meer zal plaatsvinden (zie www.sdnl.nl/ekc-ald1.htm). Bij brief van 31 maart 1992 maakte minister Alders zijn bovengenoemd besluit bekend aan de vaste Commissie van Milieubeheer van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, zonder daarbij mijn onderliggende brief van 16 februari 1992 (zie www.sdnl.nl/ekc-rs85.htm) te hebben overlegd.
Door toedoen van deze onjuiste voorlichting van de Tweede kamer heeft het parlement besloten dat voormalig minister Alders van VROM nooit meer inhoudelijk op mijn toekomstige brieven, die betrekking hebben op genoemde wolmanzouten, behoeft te reageren. Dit besluit heeft minister Alders van VROM vervolgens medegedeeld aan de directeur van het Kabinet der Koningin, de heer drs. F.E.R. Rhodius, de minister van Binnenlandse Zaken en de Nationale Ombudsman mr. drs. M. Oosting (zie www.sdnl.nl/ekc-ald1.htm). Zij allen hebben daarmee ingestemd.
Vanaf dat moment had ik het bedrijf Gebr. van Aarle B.V., de gemeente Sint Oedenrode, de provincie Noord-Brabant, de minister van Binnenlandse Zaken, de gehele Tweede Kamer, de Nationale Ombudsman en zelfs het Kabinet der Koningin als een groot blok tegenover mij staan. De voortzetting van het hierboven beschreven eco-terrorisme, was daarmee landelijk geregeld en voor de toekomst veilig gesteld.
In juni 1992 heeft het Kabinet Lubbers III (CDA/PvdA) onder leiding van voormalig milieuminister Alders (PvdA) het Rio de Janeiro-protocol tot stand gebracht en ondertekend. Onder de dekmantel van ‘behoud van de regenwouden’ heeft voormalig minister Alders verduurzaamd hout als geschikt alternatief aangeprezen.
Milieuorganisaties, waaronder Vereniging Milieudefensie, Stichting Natuur en Milieu en het Wereld Natuur Fonds volgden Alders daarin blindelings. Landelijke milieucampagnes, en de enorme publiciteit hierover, hebben in Nederland geleid tot een werkelijke rage. Deze campagnes stimuleerden de aanschaf en het gebruik van geïmpregneerd hout door de consument. Coniferen, beukenhagen, lustrums werden veelal gerooid en nauwelijks nog gebruikt als erfafscheiding. Geïmpregneerd hout kwam daarvoor in de plaats. Tegels en klinkers in de tuin werden vervangen door tegels van geïmpregneerd hout. Zelfs kinderspeeltoestellen, picknicktafels, vlonders, beschoeiingen, huizen en gehele woonwijken werden gebouwd van geïmpregneerd hout.
Dat hiermee onze regenwouden werden behouden heb ik nooit begrepen en is ook nooit aangetoond. Wel is het zo dat de metaalindustrie en ertssmelterijen op deze wijze haar levensgevaarlijk afval, dat met de best bestaande techniek uit het milieu moet worden geweerd, jaarlijks met miljoenen kilogrammen in het milieu hebben kunnen dumpen. Onder de dekmantel van ‘KOMO-keur’ heeft onze minister van VROM in de vorm van milieusubsidie daarvoor zelfs miljoenen guldens aan gemeenschapsgeld uitgegeven. De voortzetting van het hierboven beschreven eco-terrorisme, met Nederland als centrum, was hiermee wereldwijd geregeld.
Ten tijde van het Kabinet Lubbers III, die dit wereldwijde eco-terrorisme tot stand heeft gebracht, waren daarvoor eerst dr. E.M.H. Hirsch Ballin (CDA) en later mr. A. Kosto (PvdA) minister van Justitie verantwoordelijk. Beiden oud ministers van Justitie zijn nu staatsraad bij de Raad van State. Hoe diep huidig staatsraad mr. A. Kosto (PvdA) intussen persoonlijk belangenverstrengeld is met dit wereldwijd vertakte eco-terrorisme, en daarmee met houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V, kunt u lezen in mijn verzoek om wraking d.d. 28 januari 2002 van mr. A. Kosto in zaaknummer: 199900791/1 (zie www.sdnl.nl/ekc-rs85.htm).
In diezelfde zaak heb ik ook voorzitter mr. R. Cleton van deze meervoudige Kamer gewraakt. Als bewijs daarvoor zie mijn verzoek om wraking d.d. 13 januari 2002 van mr. R. Cleton (zie www.sdnl.nl/ekc-rs84.htm). Ondanks het feit dat ik zowel voorzitter mr. R. Cleton alswel staatsraad mr. A. Kosto (twee van de drie staatsraden) tijdig voor de behandeling ter zitting op 28 en 29 januari 2002 had gewraakt, weigerde voorzitter mr. R. Cleton mijn wrakingsverzoeken te laten behandelen door een onafhankelijke wrakingskamer alvorens met de inhoudelijke behandeling ervan te beginnen.
De strijdigheid met het bestemmingsplan van het buitengebied van Sint-Oedenrode met houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. moest immers met het nieuwe bestemmingsplan kost wat kost worden opgeheven.
Ondanks het feit dat gewraakte rechters niet met de inhoudelijke behandeling van de zaak mogen beginnen, alvorens door een onafhankelijke wrakingskamer deze verzoeken zijn behandeld, hebben voorzitter mr. R. Cleton en staatsraad mr. A. Kosto dat toch gedaan. Toen ik daartegen bij voorzitter mr. R. Cleton protesteerde werd hij boos en stuurde hij mij de zaal uit. De heer R.M. Brockhus, webmaster van de stichting Sociale Databank Nederland, is hiervan persoonlijk getuige geweest.
Al mijn later ingediende klachten daartegen bij de vice-president van de Raad van State mr. H.D. Tjeenk Willink werden met valsheid in geschrifte afgehandeld. Ook in de op 2 oktober 2002 gedane uitspraak 199900791/1 van mr. R. Cleton (voorzitter), mr. H.Ph.J.A.M. Hennekes en mr. A. Kosto is hierover valsheid in geschrifte gepleegd, waarmee deze uitspraak niet rechtsgeldig is geworden. Op korte termijn zal tegen deze onrechtmatig tot stand gekomen uitspraak 199900791/1 van 2 oktober 2002 een verzoek om herziening worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarbij zal ondermeer een afschrift van dit artikel worden overlegd.
Zo heeft het kunnen gebeuren dat de Gebr. van Aarle B.V. op 11 augustus 1992 is begonnen met het impregneren van hout in zijn illegaal gebouwde houtimpregneerinstallatie, in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan, zonder een daarvoor vereiste hinderwetvergunning van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode.
Ook de Gebr. van Aarle B.V. mocht zijn hout alleen impregneren met wolmanzouten; het superwolmanzout-Co van Hickson Garantor B.V. te Nijmegen. Om bij burgemeester en wethouders een schriftelijke gedoogbeschikking af te dwingen ben ik tezamen met mijn moeder en vader naar het gemeentehuis van Sint Oedenrode gegaan en daar gebleven tot het moment was toegezegd dat een schriftelijk gedoogbeschikking zou worden afgegeven. Wij hebben toen gezien dat burgemeester P. Schriek (CDA) heel zenuwachtig was. Hij heeft hierover een halve dag lang rechtstreeks contact gehad met de Raad van State.
Kort daarna werd op 13 augustus 1992 de schriftelijke gedoogbeschikking afgegeven. Diezelfde dag heb ik tegen deze gedoogbeschikking beroep aangetekend bij de Raad van State en de voorzitter om schorsing verzocht en gevraagd dit schorsingsverzoek op 14 augustus 1992 te behandelen. Op 14 augustus 1992 werd door de voorzitter van de Afdeling Geschillen van Bestuur van de Raad van State bij uitspraak B05.91.1210 de schorsing van de op 19 november 1991 aan Gebr. van Aarle B.V. verleende hinderwetvergunning plotsklaps opgeheven. Dit is gebeurd zonder dat ik mij daartegen in een hoorzitting heb kunnen verdedigen. Dit ondanks het feit dat de Raad van State, voorafgaande aan die beslissing, wettelijk verplicht was om mij hierover te horen. Hiermee heb ik feitelijk bewezen dat de persoonlijke handelwijze van CDA-burgemeester P. Schriek van Sint-Oedenrode deze met de wet strijdige beslissing van de voorzitter van de Raad van State tot gevolg heeft gehad.
Vier dagen later op 18 augustus 1992 werd op initiatief van de milieuofficier van Justitie mr. G. Bos op het paleis van Justitie de situatie rondom houtverwerkend bedrijf Gebr. van Aarle B.V. en de opstelling van de schrijver van dit artikel besproken met de volgende genodigden dhr. G. Bos, officier van Justitie (voorzitter), dhr. G. Broeren (parketsecretaris), dhr H. de Vries (milieu-inspecteur Noord Brabant), dhr. H. Artz (juridisch medewerker provincie Noord Brabant), dhr. V. Ditters (hoofd algemene zaken waterschap De Dommel), mw. I. Valk (rijkspolitie Sint Oedenrode), dhr. M. Saris (rijkspolitie Sint Oedenrode), dhr. P. Schriek (CDA-burgemeester van Sint Oedenrode), mw. H. van Dijk-Eerhart (CDA-milieuwethouder van Sint Oedenrode), dhr. C. Kerstholt (hoofd afdeling bouwen en milieu bij de gemeente Sint Oedenrode), dhr. G. van Aarle (milieu technisch medewerker bij de gemeente Sint Oedenrode), dhr. M. Kerstholt (projectleider bodemsanering bij de provincie Noord Brabant). Deze M. Kerstholt is een broer van C. Kerstholt hoofd afd. bouwen en milieu bij de gemeente Sint Oedenrode.
Betreffend overleg heeft de officier van justitie mr. G. Bos in het geheim georganiseerd zonder mij (A.M.L. van Rooij) hierover te hebben geïnformeerd en zonder mij in de gelegenheid te hebben gesteld mijn weerwoord daarop te geven. In betreffende bespreking werd ik afgeschilderd als verbaal agressief en is op voorstel van de inspecteur van VROM dhr. H.A.M.A. de Vries besloten dat CDA-burgemeester P. Schriek van Sint Oedenrode medisch milieukundig arts H. Jans van de GGD-Breda op mij moest afsturen om met mij hierover onder vier ogen te spreken. Het is hierbij goed te weten dat burgemeester P. Schriek de heer Jans goed kende vanuit zijn voorzitterschap van de GGD in Breda. Later ben ik in het bezit gekomen van het verslag van dit op 18 augustus 1992 gehouden geheime overleg onder voorzitterschap van milieuofficier van justitie mr. G.Bos. Dit verslag kunt u vinden bij de Sociale Databank Nederland op internet (www.sdnl.nl/ekc-gh04.htm).
Het is hierbij tevens goed te weten dat heden, januari 2003, CDA-er P. Schriek benevens burgemeester van Sint Oedenrode ook voorzitter is van de GGD Hart voor Brabant en dat dezelfde H. Jans onder voorzitterschap van burgemeester P. Schriek van Sint Oedenrode nog steeds aan het hoofd staat van het Provinciaal bureau medische milieukunde voor Noord-Brabant. Daarin moet dan ook de oorzaak worden gezocht dat het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. tot op de dag van vandaag hout mag blijven impregneren met arseen- en chroom VI-houdende wolmanzouten voor de fabricage van o.a. kinderspeeltoestellen. Dat veel kinderen, die op deze geïmpregneerde houten kinderspeeltoestellen hebben gespeeld, daarvan later ernstig ziek zullen worden tot de (kanker)dood erop volgt kan onder voorzitterschap van burgemeester P. Schriek en onder deskundige leiding van GGD-arts H. Jans immers toch altijd onder het kleed worden geveegd.
Als waardering voor zijn baanbrekende hulp aan genoemd eco-terrorisme kreeg GGD-arts H. Jans op 7 december 1992 uit de persoonlijke handen van mr. F.J.M. Houben, commissaris van de Koningin van Noord Brabant, de provinciale milieuprijs 1993 uitgereikt. De provincie Noord Brabant had mij uitgenodigd voor de receptie om daarmee GGD-arts drs. H.W.A. Jans persoonlijk te feliciteren. Dit omdat andere mensen mij voor diezelfde milieuprijs hadden opgegeven en ik daarvoor buiten de boot was gevallen.
Het hierboven beschreven eco-terrorisme van wereldomvang is het resultaat van twintig jaar CDA, VVD, PvdA en D66 politiek. Deze politiek heeft ons land vergiftigd met zo’n 12 miljoen kg. goed in water oplosbaar arseen (arseenzuur) en zo’n 22 miljoen kg. goed in water oplosbare chroom VI (chroomtrioxide). Om te voorkomen dat de nieuw te kiezen landelijke politiek een voortzetting wordt van deze vergiftigingspolitiek van twintig jaar CDA, VVD, PvdA en D66 heb ik daarover op 5 januari 2003 een oproep verstuurd naar alle politieke partijen die meedoen aan de verkiezingen op 22 januari 2002 (zie www.sdnl.nl/oproep.htm).
Juist op het moment ik het hierboven beschreven eco-terrorisme had blootgelegd, waarvan F.J.M. Houben commissaris van de Koningin van Noord Brabant een van de grondleggers is, heeft hij besloten zijn functie vroegtijdig neer te leggen. Daarbij heeft hij aan journalist Ron Lodewijks van het Brabants Dagblad te kennen gegeven dat hij hoopt dat zijn opvolger duurzaamheid centraal op de agenda houdt en daarmee de balans tussen economie, ecologie en de kwaliteit van Brabant vasthoudt.
Kort daarna heeft ook burgemeester P. Schriek van Sint Oedenrode besloten vroegtijdig te vertrekken. Vindt u dat niet toevallig?
(Ad van Rooij is milieu- en veiligheidskundige en betrokken bij het Ecologisch Kennis Centrum te Sint Oedenrode. Een overstelpende hoeveelheid informatie over de gevolgen van eco-terrorisme kunt u vinden op www.sdnl.nl/ekc.htm )
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 376, 21 februari 2003
(PS: dr. E.M.H. Hirsch Ballin (die ook al in opspraak kwam in de IRT affaire) is in het huidige kabinet weer CDA minister van Justitie.)
Dit wordt nog eens bevestigd met het feit dat Margreeth de Boer, als voormalig Minister van VROM, hierover in 1996 geen verantwoording durfde af te leggen voor 16 miljoen Nederlanders op TV in 2Vandaag. Betreffende 2Vandaag uitzending kunt u zien en beluisteren op webpagina: http://66.197.141.254/video/2vandaag.wmv). Hoever dit “Eco-terrorisme” zich tot op de dag van vandaag onder deze twee voormalige PvdA-ministers (maar nu in hun nieuwe functies) voortzet maken de kennisgevingen NL120563 van 16 januari 2007 (zie productie 6) en NL114689 van 8 januari 2007 (zie productie 7) van ir. J.J.D. van der Steen, namens de Staatssecretaris van VROM, glashelder.
In die kennisgevingen is door de heer ir. J.J.D. van der Steen, namens de Staatssecretaris van VROM, kennisgeving gedaan van grensoverschrijdende overbrengingen van A/B-hout van maar liefst 30 miljoen kilogram verdund gevaarlijk afval van de tot OMRIN behorende bedrijven waaronder Bouw en Sloopafvalverwerking Friesland Ecopark de Wierde en Afvalverwerking Groningen B.V. (hetgeen onderdeel uitmaakt van Jager Onroerend Goed en Beheer B.V.) naar het bedrijf Biro GmbH Am Nordhafen 5, 26871 Papenburg in Duitsland. In die kennisgevingen schrijft de heer ir. J.J.D. van der Steen, namens de Staatssecretaris van VROM, letterlijk het volgende: “De onderhavige afvalstoffen worden aangemerkt als niet-gevaarlijk afval als bedoeld in de regeling Europese afvalstoffenlijst (Stcrt. 2002.62)”
Hiermee heeft de heer ir. J.J.D. van der Steen, namens de Staatssecretaris van VROM, zeer nadrukkelijk valsheid in geschrifte gepleegd om daarmee de Europese Verordening (EEG) 259/93 te ontduiken en om daarmee het door de voormalige PvdA ministers Alders en De Boer van VROM in gang gezette “Eco-terrorisme” af te dekken en in de doofpot te houden. Ons inziens kan het ook niet anders zijn dat ir. J.J.D. van der Steen onder druk van deze twee voormalige ministers van VROM deze valsheid in geschrifte heeft gepleegd.
De opvolgende voormalige ministers van VROM te weten: Hans Alders (PvdA), Margreeth de Boer (PvdA), Jan Pronk (PvdA) en de huidig minister van VROM Jacqueline Cramer (PvdA) hebben, ondanks deze wetenschap, hiertegen maar liefst al 18 jaar lang (vanaf 1989) niet handhavend opgetreden. Dit bevestigt dat de politieke partij de PvdA dat heeft gedaan omdat het ministerie van VROM er zelf groot financieel belang bij heeft dat door hen de houtimpregneerbedrijven, de afvalverwerkende bedrijven die onder OMRIN vallen (waarvan de aandelen in handen zijn van de gemeentelijke overheden van Friesland en Groningen) en de Groene Stroom opwekkende (kolengestookte) elektriciteitscentrales als Essent en Nuon (waarvan de aandelen in handen zijn van de provinciale en gemeentelijke overheden) als dekmantelbedrijf worden gebruikt om daadwerkelijk alles te vergiftigen met enorme hoeveelheden kankerverwekkende stoffen als arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI).
Voor de feitelijke onderbouw van dit financiële belang van het ministerie van VROM lees bijgevoegd artikel “Aan die 13 MIO kilo Arsenicum en die 30 MIO kilo Chroom VI kan het niet gelegen hebben” van 19 januari 2005 van Pamela Hemelrijk (zie productie 8 en lees: http://www.libertarian.nl/NL/archives/000361.php). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. In betreffend artikel van Pamela Hemelrijk staat o.a. letterlijk de volgende geschreven:
Waarom?
Waarom, o waarom bevordert en subsidieert de Staat der Nederlanden nu al vijftien jaar willens en wetens het vergiftigen van haar eigen burgerij? Daar is ing. Van Rooij pas recentelijk achter gekomen. De overheid is namelijk in 1986 een joint venture aangegaan met de Nederlandse petrochemische industrie. “AVR Chemie BV”, heet dat bedrijf, en de doelstelling luidt: “het op verantwoorde wijze verwerken en verwijderen van chemische afvalstoffen”. De deelnemers in deze joint venture zijn: zeven petrochemische bedrijven (AKZO, DSM, Dupont de Nemours, Hoechst, Hoogovens, Shell, Unilever en Dow Chemical) alsmede: de Staat der Nederlanden, in casu het ministerie van VROM (10 %), en de gemeente Rotterdam (45 %). De overheid heeft, kortom, een meerderheidsbelang. Architect van deze constructie was indertijd milieuminister Winsemius. Hij is trouwens tegenwoordig als “environmental advisor” in dienst bij Dow Chemical. Beloning voor verleende diensten wellicht, net als het Shell-commissariaat van Kok? Vast staat dat de petrochemische industrie zich jaarlijks moet ontdoen van vele tonnen giftig afval, waaronder arseenzuur en chroom VI.
En dat afval hoefde na 1986 niet meer in kostbare deponieën te worden opgeslagen; het mocht met winst worden verkocht aan de houtimpregneerindustrie. Het werd een melkkoe, in plaats van een kostenpost. En 55 procent van die winst verdween in de zakken van de Staat. De Staat verleende dus eigenlijk illegaal vergunningen aan zichzelf. De overheid deinsde er voorts niet voor terug om valsheid in geschrifte te plegen: de verspreiding van arseenzuur is namelijk bij bindende EG-verordening verboden. Om die verordening te ontduiken veranderde staatssecretaris Simons van WVC indertijd in de toelatingsbeschikking van Super Wolmanzout het woord “arseenzuur” in het onschuldiger “arseenpentoxide”. Maar dankzij het Pikmeer II arrest van de Hoge Raad, dat de overheid immuun heeft gemaakt tegen strafvervolging, zal hij hiervoor nooit meer strafrechtelijk kunnen worden vervolgd.
Volgens de criminoloog professor F. Bovenkerk kan het optreden van de Staat in deze worden aangemerkt als georganiseerde misdaad in de zin der wet. Hij schreef daarover reeds in 1993 een brandbrief aan de toenmalige hoofdofficier van justitie mr. Ficq, maar hij zit nog steeds op antwoord te wachten. Van Rooij voorspelt dat vele duizenden Nederlanders, als gevolg van deze vergiftiging, aan kanker zullen overlijden. Hoe zit het eigenlijk met de statistieken op dit punt? Navraag bij het Integraal Kankercentrum leert dat het aantal kankerpatiënten in Nederland in de jaren negentig is toegenomen met 21 % bij de vrouwen, en met 13 % bij de mannen. Deze stijging wordt door het IKC geheel en al toegeschreven aan vergrijzing, bevolkingsgroei, betere detectie (?), en het toegenomen aantal rokende vrouwen. Dus aan die 13 miljoen kilo arsenicum en die 30 miljoen kilo chroom VI kan het niet gelegen hebben. Gaat u maar rustig slapen.
Voornoemde voormalige en huidige PvdA-ministers Alders, De Boer, Pronk en Cramer hebben daarmee al vanaf 1986 gehandeld (en doen dat nog steeds) in strijd met het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986 - 1990 van de Tweede Kamer der Staten Generaal, vergaderjaar 1985 -1986, 19204 nrs. 1-2 (zie productie 9). Op Blz. 1, 52, 53, 54 en 54 uit het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986 - 1990 staat letterlijk het volgende:
- arseenzuur (arseen) is een zwarte lijststof voor water, bodem en lucht)
- chroomtrioxide (chroom VI) is een zwarte lijststof voor lucht
Deze zwarte lijststoffen zijn zo gevaarlijk dat al in 1986 in internationaal verband is besloten dat in het milieu brengen ervan gezien de stofeigenschappen, zoals giftigheid - waaronder carcinogeniteit, mutageniteit en teratogeniteit - afbreekbaarheid en (bio)accumulatie, die een ernstig risico inhouden, via een maximaal brongerichte aanpak met de best bestaande techniek moet worden voorkomen. Arseenzuur en chroomtrioxide (en hun zouten daarvan) zijn de meest kwalijke kankerverwekkende verbindingen die wij kennen. Er zijn 4- klassen aan kankerverwekkende stoffen. Arseenzuur en chroomtrioxide vallen in de zwaarste klasse, de klasse 1 van kankerverwekkende stoffen (zie productie 10).
Chroomtrioxide en arseenzuur zijn ook nog genotoxisch hetgeen inhoudt dat deze stoffen geen veilige drempel kennen. Het eenmaal in je leven binnenkrijgen van één molecuul chroomtrioxide of arseenzuur kan op termijn al kanker veroorzaken.
Arseenzuur en chroomtrioxide zijn ook nog reprotoxisch, hetgeen inhoudt dat het toxische effecten (o.a. impotentie, fertiliteitproblemen, menstruatie-stoornissen, testiskanker) en/of toxische effecten op het geslacht via vrouwen en/of mannen (o.a. miskramen, ontwikkelingsstoornissen, doodgeboorte) en afwijkingen op het nageslacht als gevolg kunnen hebben (zie productie 11).
Chroomtrioxide (chroom VI-verbindingen) is ook een voortplanting giftige stof en kan schadelijk zijn via borstvoeding volgens de criteria van bijlage VI bij richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1967 (zie productie 12).
Ingevolge die Europese richtlijn moet chroomtrioxide ook nog worden geclassificeerd als categorie 1 en 2 mutageen, hetgeen minuscule veranderingen kan aanbrengen in het DNA-molecuul bij de mens (zie productie 13).
Arseenzuur en chroomtrioxide lossen goed op in water en kunnen ons lichaam via een drietal routes binnendringen (zie productie 14 en 15).
- via de lucht (ademhaling)
- via de huid (aanraking)
- via het maagdarmkanaal (besmette voeding)
en zijn daarom levensgevaarlijk. Asbest is een bagatel vergeleken met deze stoffen. Vroeg of laat komt al het arseen en chroom dat tijdelijk in het geïmpregneerde hout zit opgeborgen in opgeloste vorm als arseenzuur en chroomtrioxide vrij in ons oppervlaktewater, grondwater en drinkwater terecht.
Gewolmaniseerd hout bevat (zie productie 16).
- 3000 mg/kg arseen.
- 6000 mg/kg chroom VI.
Per m3 hout (500 kg. Hout) is dat:
- 1.500.000 mg = 1.5000.000.000 µg arseen
- 3.000.000 mg = 3.000.000.000 µg chroom.
Het grondwater is ernstig verontreinigd als het boven de interventiewaarde zit. De interventiewaarde bedraagt voor (zie productie 17).
- arseen 60 µg/l
- chroom 30 µg/l
Een kuub gewolmaniseerd hout verontreinigd dus op termijn:
- 25.000.000 liter water met arseen boven de interventiewaarde.
- 100.000.000 liter water met chroom boven de interventiewaarde.
Arseen (arseenzuur) is al vanaf 1986 een zwarte lijststof voor water, bodem en lucht en chroom VI (chroomtrioxide) is vanaf 1986 een zwarte lijststof voor lucht. Deze zwarte lijststoffen zijn zo gevaarlijk dat in de jaren 80 veelal in internationaal verband is besloten dat in het milieu brengen van deze stoffen gezien de stofeigenschappen, zoals giftigheid- waaronder carcinogeniteit, mutageniteit en teratogeniteit - afbreekbaarheid en (bio)accumulatie, die een ernstig risico inhouden via een maximaal brongerichte aanpak met de best bestaande techniek moet worden vermeden. Dit Internationaal beleid heeft de Staat der Nederlanden met het door de Tweede Kamer der Staten-Generaal goedgekeurde Indicatieve meerjarenprogramma milieubeheer 1986 - 1990 overgenomen (zie productie 9).
Ondanks deze wetenschap overtreden eerder genoemde voormalige en huidige PvdA-ministers Alders, De Boer, Pronk en Cramer, omwille van eigen belang ?, maar liefst al 18 jaar lang nagenoeg alle wetgeving op dit gebied, waardoor geheel Nederland intussen is vergiftigd met vele tientallen miljoenen kilogrammen goed in water oplosbaar arseenzuur (arseen) en chroomtrioxide (chroom VI) dat al vanaf 1986 (veelal in internationaal verband) via een maximaal brongerichte aanpak uit het milieu had moeten worden geweerd. Miljoenen Nederlanders zullen (binnen 10 tot 40 jaar later) daarvan kanker krijgen met een lang voorafgaande ziekbed. Dit proces is al in volle gang maar kan volgens dezelfde PvdA/CDA politiek nooit aan die 13 miljoen kilogram arseen en 30 miljoen kilogram chroom VI hebben gelegen. Dit omdat dan de Nederlandse overheid daarvoor een niet meer te betalen honderden miljarden schade zal moeten vergoeden. Dat moet kost wat kost in de doofpot blijven. Deze toekomstige verwachting heeft ondergetekende uitgesproken op basis van deskundige achtergrondkennis van een gecertificeerd hogere veiligheidskundige met Europese erkenning. Als feitelijk bewijs daarvoor lees op internet webpagina: http://www.lijst14.nl/kandidaten/rooijvan/rooijvan.html
Met voorgaand schrijven aan achtergrondinformatie wordt het vermoeden dat de kogel die Pim Fortuyn op 6 mei 2002 heeft gekregen daadwerkelijk van “Links” is gekomen toch wel erg groot op basis van de volgende feiten: Op 2 mei 2002 (vier dagen voor de moord) heeft ondergetekende hierover een aangetekende brief verstuurd aan Pim Fortuyn met letterlijk de volgende inhoud (lees webpagina: http://www.sdnl.nl/fortuyn1.htm):
Geachte heer Fortuyn,
Zeer geschokt ben ik over de wijze waarop Wim Kok, Frits Bolkestein, de PvdA, etc, u persoonlijk beschuldigen. U spreekt namelijk de waarheid.
Wim Kok (PvdA), Jan Pronk (PvdA), A. Kosto (PvdA), Tjeenk Willink (PvdA), etc. hebben met de hulp van dit paarse kabinet de gehele politiek, de gehele rechterlijke macht en het gehele O.M. corrupt gemaakt en ons gehele land vergiftigd met uiterst giftige kankerverwekkende stoffen. Dit alles met misbruik van grote bedragen aan gemeenschapsgeld (subsidie) onder de dekmantels als ecologisch, milieuvriendelijk, biomassa, groene stroom, duurzaam, CO2-reductie, KOMO-keur, milieubeton, secundaire brandstof, hergebruik, Rio de Janeiro protocol en Kyoto-protocol.
Dit alles heeft zich in gang gezet vanuit kabinet Lubbers III, waarin Wim Kok minister van Financiën was, en Jan Pronk minister van Ontwikkelingssamenwerking. Het zijn juist zij, de PvdA, maar ook de gesettelde CDA in Brabant en Limburg, die een groot gevaar vormen voor onze maatschappij en het leefbaar houden van ons land. De volgende bijgevoegde stukken maken dat volstrekt duidelijk:
Mijn brief van 22 april 2002, kenmerk VROM/22042/vz, aan de minister van VROM, J.P. Pronk (PvdA).
-
- Mijn wrakingsverzoek d.d. 28 januari 2002, kenmerk: Bes/28012/wra, van A. Kosto aan de Raad van State (PvdA).
- Mijn brief d.d. 13 april 2001, kenmerk: TEK/13041/vz, aan de Voorzitter van de Tweede Kamer mw. J. van Nieuwenhoven, en haar antwoord daarop (PvdA).
- Mijn klacht d.d. 24 februari 2002 aan de Nationale Ombudsman over Wim Kok (PvdA) en de reactie daarop van die Nationale Ombudsman.
- Mijn brief/persbericht d.d. 2 mei 2002 aan milieuwethouder E.H.G.J.M. Huijbregts van Sint Oedenrode (Oorzaak PvdA en CDA).
- Mijn aangifte van 10 april 2002 van het plegen van valsheid in geschrift van de staatsraden R. Cleton, dr. J.C.K.W. Bartel, mr. R.J. Hoekstra en mr. P. van Dijk, incl. krantenartikelen. (Oorzaak Tjeenk Willink PvdA en voorheen Scholten CDA). Ik wil u vragen deze stukken met bijlagen goed te bekijken. Hierbij geef ik u toestemming om alle stukken te gebruiken in uw strijd tegen de huidige criminele gesettelde politieke macht, polderdictatuur genaamd.
Op mijn kennis en ervaring hierover kunt u rekenen, in geval u dat wenselijk acht
Gaarne ontvang ik uw reactie,
Met vriendelijke groeten,
Ecologisch Kennis Centrum B.V.
voor deze,
Ing. A.M.L. van Rooij,
directeur.
Deze brief (zonder de twee kilogram aan bewijsstukken) hebben wij op 2 mei 2002 ook verstuurd naar de persoonlijke fax van Pim Fortuyn. Degene die betreffende fax er op 2 mei 2007 heeft afgehaald (iemand anders dan Pim Fortuyn?) wist daarmee vier dagen voor de moord dat de twee kilogram aan bewijsstukken er de volgende dag aankwamen. De hiermee samenhangende feiten zijn als volgt:
- dat de bezorging van onze aangetekende brief met twee kilogram aan bewijsstukken 20 dagen later (16 dagen na de moord) is bezorgd door de PTT-Post op het adres van Pim Fortuyn;
- dat 4 dagen nadat iemand binnen het huis van Fortuyn wist (kon weten) dat die brief eraan zou komen Pim Fortuyn is vermoord;
- dat ondergetekende op 25 mei 2002 (19 dagen na de moord) werd geconfronteerd met een artikel in het Eindhovens Dagblad waarin het Ecologisch Kennis Centrum door voormalig CDA-wethouder C. van Rossum en CDA-raadslid H. van den Berk (huidige wethouder) van de gemeente Sint Oedenrode werd afgeschilderd als een bureau van milieuactivist Ad van Rooij die vertrouwelijke gegevens in de openbaarheid heeft gebracht, hetgeen puur verzinselen waren (lees: http://www.sdnl.nl/fortuyn1.htm). Ondergetekende moest daarmee gelijkgesteld worden aan de moordenaar van Pim Fortuyn !!
- dat ondergetekende kort daarna te maken kreeg met een zekere Allen Weaver en Hans Vermeulen. Beide heren zouden medewerkers zijn van de AIVD en CIA. Voor de feitelijke onderbouw lees: http://www.sdnl.nl/aivd-fortuyn.htm en blz. 169 t/m 175 uit het op 6 mei 2007 uitgegeven boek “Moord namens de ‘kroon’?” van Ine Veen die vorig jaar koninklijk is onderscheiden voor haar bijdrage aan de Nederlandse cultuur en is benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau. Wij raden u aan om betreffend boek te kopen en volledig te lezen voordat u een fout besluit op dit verzoekschrift neemt. Betreffend boek kunt u bestellen onder de nummers: ISBN-10: 90-5911-554-6 en ISBN-13: 978-90-5911-554-5. Voor meer informatie lees: http://www.hetechtenieuws.org/2007-05-08.htm).
- dat houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. in Sint Oedenrode van met name de PvdA en CDA politiek al ruim 18 jaar lang mag doorgaan met het dumpen van grote hoeveelheden levensgevaarlijke stoffen zonder de vereiste vergunningen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan op sterk verontreinigde grond, terwijl dit bedrijf al meer dan 100.000. kilogram arseenzuur (arseen) en chroomtrioxide (chroom VI) op een ongecontroleerde wijze (via geïmpregneerd hout) bij de hierover onjuist voorgelichte Nederlandse burgers (in de vorm van uitlogende geïmpregneerde tuinhuisjes, pergola’s, schuttingen, vlonders, kinderspeeltoestellen, picknicktafels e.d.) in de Nederlandse tuinen heeft kunnen dumpen. Voor de feitelijke bewijsstukken lees: http://groepzuid.nl/GZ/2007/05/13/intrekken-persbericht-stelende-burgemeester/#more-75).
- dat voormalig minister Hans Alders van VROM bij brief van 12 maart 1992 kenmerk: SBM/26292002, aan ondergetekende heeft kenbaar gemaakt dat nooit meer zal worden gereageerd op brieven van Van Rooij over houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. Voor de feitelijke onderbouw lees: http://66.197.141.254/ekc/ekc-ald1.htm en http://www.sdnl.nl/china-connection.htm Nakomende PvdA- ministers van VROM en voormalig CDA- staatssecretaris Pieter van Geel van VROM hebben dit niet reageren voortgezet tot op de dag van vandaag. Daarmee hebben deze PvdA/CDA bewindslieden maar liefst al 15 jaar lang de grondrechten van ondergetekende afgenomen.
- dat Erik van Aarle, directeur van houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. in Sint Oederode, voor dit alles vorig jaar is uitgeroepen tot de beste ondernemer van Sint Oedenrode. Voor de feitelijke onderbouw lees: http://www.houtweb.nl/?lang=nl&target=d200.html
- dat door de PvdA en CDA politiek al vijf jaar lang (is begonnen na de moord op Pim Fortuyn) letterlijk alles in het werk is gesteld om Van Rooij te bestelen van al zijn geld en eigendommen in een poging hem failliet te krijgen, zodat het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. zich via zijn grond kan uitbreiden. Voor de feitelijke onderbouw lees: http://www.sdnl.nl/wouter-bos-blundert.htm en http://www.hetechtenieuws.org/2007-01-15.htm en http://groepzuid.nl/GZ/2007/05/13/intrekken-persbericht-stelende-burgemeester/#more-75
Bovengenoemde feitelijke wetenschap maakt duidelijk dat er een grote samenhang is tussen deze massale vergiftiging via allerlei dekmantelbedrijven collusie genaamd (lees: http://www.sdnl.nl/nvvk.htm) en de moord op Pim Fortuyn. Enkel een Parlementaire enquête onder voorzittersschap van een kritische onafhankelijke professor (prof. dr. B Smalhout ?) kan hierover volledige duidelijkheid verschaffen.
In de voorschrift 5.1.1 uit de op 18 juli 2006 aan Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. verleende milieuvergunning staat letterlijk het volgende geschreven: “In de inrichting mogen, met in acht neming van de overige voorschriften van deze vergunning, de volgende afvalstoffen worden geaccepteerd, (codering volgens EURAL) om te sorteren/scheiden: -ongesorteerd bouw- en sloopafval;”
In de voorschrift 5.1.2 uit de op 18 juli 2006 aan Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. verleende milieuvergunning staat letterlijk het volgende geschreven: “Verontreinigd bouw- en sloopafval mag niet worden geaccepteerd. Indien deze afvalstoffen niettemin onverhoopt worden aangetroffen, mogen ze uiterlijk in de inrichting, gescheiden van alle andere in de inrichting aanwezige afvalstoffen, worden opgeslagen in afwachting van afvoer naar de erkende verwerker.”
Op grond van bovengenoemde voorschriften 5.1.1 en 5.1.2 uit de op 18 juli 2006 aan Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. verleende milieuvergunning en andere hierboven genoemde feiten bent u wettelijk verplicht om de aanvoer, bewerking en afvoer van hout uit bouw en sloopafval door het bedrijf Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. te Midwolde (Leek) zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken (art.18. 16, lid 1b, Wet milieubeheer) te laten beëindigen.
Wij richten aan u dan ook het nadrukkelijke verzoek om daarop het besluit te nemen dat het bedrijf Jager Onroerend Goed en Beheer B.V. te Midwolde (Leek) met toepassing van bestuursdwang (art. 18.14, lid 1, Wet milieubeheer) middels het opleggen van een dwangsom van € 10.000 per dag tot een maximum van € 1000.000,- de aanvoer, bewerking en afvoer van hout uit bouw en sloopafval met onmiddellijke ingang moet staken en gestaakt moet houden.
Een kopie van deze brief hebben wij laten toekomen aan Ine Veen, de schrijfster van het boek “Moord namens de ‘kroon’?”
Een kopie van deze brief hebben wij per e-mail ook laten toekomen aan alle Statenleden van de Provincie Groningen.
Ook zal een afschrift van dit bestuursdwangverzoek aan uw college, met als voorzitter J.G.M. Alders, per e-mail worden verstuurd aan minimaal de volgende redacties:
- Leeuwarder Courant
- Dagblad van het Noorden
- Het Echte Nieuws;
- SDN;
- Groepzuid;
- Katholiek Nieuwsblad;
- Eenvandaag;
- Tribune SP;
- Kleintje Muurkrant.
Op voorhand willen wij u hierbij kenbaar maken dat de hierboven genoemde feiten zo helder en duidelijk zijn dat wij u verzoeken om, zonder voorafgaande hoorzitting daarop zo spoedig mogelijk een voor beroep vatbaar besluit te nemen, zodat cliënt (indien nodig) daartegen zo spoedig mogelijk een beroepsprocedure kan starten bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De machtiging van cliënt vindt u bijgevoegd (zie productie 18).
In afwachting van uw spoedig besluit op dit bestuursdwangverzoek binnen uiterlijk vier weken (art.18. 16, lid 1b, Wet milieubeheer) verblijven wij;
Hoogachtend
Ecologisch Kennis Centrum B.V.
Voor deze,
Ing. A.M.L. van Rooij
directeur