Deportatie van Robert Horchner naar Polen is doodsteek voor Hirsch Ballin als minister!

front.JPG De Zaak Robert Hörchner.

Nu is Ing. Ad van Rooij niet de man die alleen zijn eigen doelstellingen voor ogen heeft maar zeer wel ook oog heeft voor wat overheid en justitie anderen aandoen. Zoals gezegd; van Rooij is naast Hogere Veiligheidskundige ook jurist en was al op het spoor gekomen van een belangenverstrengeling waarbij ook de magistraten die zo faliekant fout o.i. gehandeld hebben inzake de deportatie van Robert Hörchner aan Polen dat hij direct na het bezoek van de politie diezelfde middag en voor dat de raadsvergadering begon een uiterste poging in het werk ging stellen om Robert Hörchner voor deportatie te behoeden.
Een en ander heeft geresulteerd in een spoedprocedure tegen de minister van Justitie in hoger beroep in een zaak waar het procesrecht voor een ieder is afgeschaft. (de z.g. actio popularis).
Dit procesrecht voor iedereen willen wij terugkrijgen, dat moge duidelijk zijn.
Nu kunnen mensen die daadwerkelijk worden vergiftigd door producten van bedrijven niet meer procederen tegen de producerende bedrijven. In deze zaak heeft de vervangende rechter, die Hörcher uitwees naar Polen ( Mr. Drs. A.A. Spoel ) toen nog advocaat bij Drooglever Fortuyn, voor het college van beroep van het bedrijfsleven in Den Haag deze vergiftiging van mensen verdedigd, en wel zó dat daaruit een onherroepelijke uitspraak ( Nr. AWB 05/396 van 21-11-’06) is ontstaan dat zelfs omwonenden niet meer als belanghebbenden mogen worden beschouwd, omwonenden die letterlijk worden vergiftigd. Deze wetswijzigingen zijn tot stand gekomen in strijd met de negen stappen waarop wetgevingen mogen worden veranderd, zie www.sdnl.nl/nvvk.htm Hiertegen liep een procedure bij de rechtbank in Rotterdam waarin op 24 augustus uitspraak is gedaan. ( Reg.nr.: WOB 06/5110-FRC).

Tegen die uitspraak is hoger beroep aangetekend alwaar ingevolge art. 8:60, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zowel Robert Hörchner als rechter A.A. Spoel opgeroepen zijn om gehoord te worden. Dit omdat zowel Robert Hörchner en A.A. Spoel als onderliggende dossierstukken aan die uitspraak zijn ingebracht. Deze wet nakomen is voor Hirsch Ballin van groot belang daar hij anders niet alleen deze wet, maar daarmee ook de Grondwet overtreedt.
Ook stelde en eiste hij middels dit hoger beroepschrift dat de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin, gezien zijn speciale bevoegdheid Robert Hörchner niet te laten uitleveren.
Geeft de minister hier geen gehoor aan dan gaat hij namelijk zwaar over de schreef zoals dat in de volksmond heet. Hij breekt dan zijn ambtseed, aldus Ing. A. van Rooij en dan kan een afzettingsprocedure van deze minister een der directe gevolgen zijn. ( + kabinetscrisis?)
Bezijden dat, maar de Grondwet gaat te allen tijde boven een verdrag dat op grond van de Pikmeer jurisprudentie van de Hoge Raad der Nederlanden door ministers mag worden overtreden zonder dat tegen hen daarvoor strafvervolging mogelijk is. (Immuniteit van hogere bestuurders) Het overtreden van dit verdrag, o.a. met Polen heeft geen strafrechterlijke gevolgen voor Hirsch Ballin vanwege de Pikmeerarresten.

Echter het is kort dag, begin volgende week is de dag daar dat Robert Hörchner zich zou moeten melden bij de rechtbank aan de Pernassusweg te Amsterdam voor uitzetting naar Polen.
Maar afgezien van de kosten dat een dergelijk hoger beroep met zich meebrengt en uiteraard de tijdige betaling hiervan, om het O.M. zodoende geen reden te geven dat e.e.a niet op tijd en volgens de voorgeschreven procedure gebeurd, was de volgende oplossing gevonden.
De betaling van de kosten kon gelijk worden geregeld, daar Ing. A. van Rooij een rekening-courant bezit, in casu; het Ecologisch Kenniscentrum ( met batig saldo) bij de Raad van State.
Doch Justitie was niet voor één gat te vangen. Ik was ondertussen al onderweg naar Robert Hörchner met een volledige kopie alsmede van alle bijbehorende stukken om hem het goede nieuws mede te delen. Toevallig nog net op tijd om te horen via Pouw en Witteman dat er zich wéér een slachtoffer had gemeld die vier jaar onschuldig gezeten had, ene Ina Post. Ondertussen en ook later liet Justitie Ad van Rooij weten geen digitale hoger beroepszaak voor de raad van State te accepteren.
Pas tegen een uur of een verliet ik huize Hörchner om mijn afspraak op een gemeentehuis elders in het land de volgende ochtend te kunnen halen en ook nog wat te slapen.
Op vrijdag 28 september hoorde we echter dat zomaar en toevallig de dag na de digitale indiending dat de volledige stroom was uitgevallen bij huize van Rooij en het Ecologisch kenniscentrum in St.Oedenrode.
Gezien het feit dat het voor de twee medewerkers, de mensen van Het Echte Nieuws, ook erg laat was geworden, werden zij uitgenodigd in St.Oedenrode te blijven overnachten.
En nadat Justitie weer eens had laten weten dat een elektronische beroepsprocedure niet ontvankelijk werd verklaard en toen ook nog eens de daarop ‘spontane stroomstoring’ zich plotsklaps voordeed, besloten zij gezamenlijk, met Ing. Ad van Rooij richting Den Haag te rijden om aldaar in persoon bij de Raad van State het hoger beroep, c.q. de eis aan de minister te deponeren.
Paniek alom daar, maar deze fantastische collega’s kennende en de soms als een stoomwals tekeer gaande Ing. Ad van Rooij wisten zij op tijd door te dringen bij de Raad van State.
Alhoewel zij nauwlettend in de smiezen werden gehouden verkregen zij toch de broodnodige medewerking.
E.e.a. werd ingeboekt, formeel vastgelegd, met nummer en al en met het concrete en fysieke bewijs in handen dat het hoger beroep in behandeling is genomen door afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Onder nr.: 200706900/1/H3.

Kort daarna werd het ministerie van Justitie met een bezoek vereerd alwaar, (er zijn ook nog goede ambtenaren), met behulp van een bereidwillige medewerker er direct voor gezorgd werd dat Ad, Nel en Henk ook daar per plaatse het bewijs met stempel en al in handen kregen en dat alle ter zake doende stukken persoonlijk en wel direct zijn overhandigd aan minister Hirsch Ballin.

Epiloog.

Ten slotte ging de tocht naar de 2e kamer, alwaar dankzij een sympathieke bode, die er gelijk 2e kamerlid Rik Jansen van de S.P. bij haalde. Alle ter zake doende stukken werden direct en snel gekopieerd en ook deed Rik Jansen de toezegging deze stukken onmiddellijk over te dragen aan 2e kamerlid de Wit, eveneens S.P.-lid, en lid van de vaste commissie voor Justitie.

Blijft de vraag: hoe reageerde de advocaat van Robert Hörchner; Mr.Kees Corvinus?
Deze stelde dat e.e.a niet mogelijk was, maar dat alleen de officier van Justitie de uitzetting (overlevering) nog kon tegenhouden en niet de minister.
Onze vraag is dan: Wie is hoger en meer bevoegd? Een officier van Justitie of een minister van Justitie? Heeft een officier van Justitie wel de bevoegdheid om de minister van justitie verplicht zijn ambtseed te laten overtreden? Is er gedacht aan de strafrechtelijke immuniteit van de minister van Justitie als hij het Europees verdrag met Polen overtreedt maar niet zijn afgelegde ambtseed?
En was Mr.Corvinus op de hoogte van de link die Ing. Ad van Rooij heeft weten te leggen en de strafrechtelijke immuniteit van de minister als hij het Europees verdrag schendt?
Voorlopige conclusie? Mission Impossible is geslaagd.
Nu is het woord aan de minister! Hij moet wel! Wij zijn benieuwd, en twee onschuldige mensen nog veel meer!

Extra nieuws:

Ad van Rooij, Nel de Best en Henk Niggebrugge zijn voor alle zekerheid ook nog maar even op vrijdagavond naar het huisadres van Minister Hirsch Ballin gereden in Tilburg.
Je weet soms nooit of zo ‘n drukke minister het dossier wat hem is overhandigd op de late vrijdag, net voor “herentijd”, niet vergeten is.
Attent toch nietwaar? Het optrekje van de bewindsman was weliswaar bewoond, de lichten waren aan maar er werd niet opengegaan.
Wel ontdekte men een camera! Gezien het feit dat zowel Ad,, Nel en zelfs Henk vrij pacifistisch en zeker niet gewelddadig zijn hebben ze na even gebeld te hebben niet meer geklopt, gebonsd, geschopt noch op de ruiten getikt. Gelukkig weet ik dat ik beschaafde vrienden en kennissen heb. Maar om met de woorden van Farce Majeur te spreken: “Wat dacht je wat?” De politie kwam al aan rijden! Hoezo?

Silvia Videler

Hieronder vindt u alle stukken die minister Hirsch Ballin op 28 September 2007 zowel op het Ministerie van Justitie in Den Haag als wel op zijn prive-adres heeft ontvangen. Hij zal dan ook nooit kunnen zeggen dat hij vóór 1 oktober 2007 (de dag waarop justitie Robert Horchner wil deporteren naar Polen) de stukken niet persoonlijk heeft gelezen.


Per fax 070 - 3707516 en afgegeven met ontvangstbevestiging
Minister van Justitie
dr. E.M.H. Hirsch Ballin
Schedeldoekshaven 100
2511 EX ’s-Gravenhage.

Sint Oedenrode, 27 september 2007.

Open brief

Geachte Excellentie Hirsch Ballin,

Bijgevoegd (en in dit schrijven aan u hieronder onlosmakelijk verbonden) vindt ons Hoger beroepschrift tegen de op 28 augustus 2007 verzonden uitspraak van 24 augustus 2007 WOB 06/5110- FRC van de Rechtbank Rotterdam, tegen het besluit d.d. 27 april 2007 van de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin inzake het afschaffen van het procesrecht van eenieder (actio popularis). Van betreffend hoger beroepschrift met 5-tal producties aan bijlagen vind u een kopie bijgevoegd (lees hieronder).

Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

In betreffend hoger beroepschrift aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State staat letterlijk het volgende geschreven:

Ingevolge artikel 8:60, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen getuigen en deskundigen meebrengen of bij aangetekende brief of deurwaardersexploit oproepen, mits daarvan uiterlijk een week voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan andere partijen mededeling is gedaan, met vermelding van de namen en woonplaatsen. Op deze bevoegdheid worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56, gewezen. Van deze bevoegdheid maakt ondergetekende namens appellant, gezien de hierboven beschreven inhoud, gebruik en roept hierbij de volgende getuigen op om gehoord te worden:

1. R. Hörchner.

2. mr. A.A. Spoel, vanaf 1 januari 2007 rechter bij de rechtbank Amsterdam, voor die tijd advocaat bij Pels Rijcken & Drooglever Fortuijn.

Van deze gebruikte wettelijke mogelijkheid om in deze zaak bovengenoemde getuigen op te roepen om gehoord te worden zullen wij de tegenpartij, zijnde de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin, onverwijld in kennis stellen en middels overlegging van dit hoger beroepschrift van hem eisen gebruik te maken van zijn speciale bevoegdheden om R. Hörchner op grond hiervan aanstaande maandag 1 oktober 2007 niet uit te leveren aan Polen.

Op grond van deze feitelijke omstandigheid bent u wettelijk verplicht om gebruik te maken van uw speciale bevoegdheid om R. Hörchner hierop niet uit te leveren aan Polen en hem in Nederland te houden tot na het moment R. Hörchner en mr. A.A. Spoel in deze zaak als getuigen zijn gehoord en de Afdeling bestuursrechtspraak daarop onherroepelijk heeft beslist.

Wij dringen er bij u op aan om uw afgelegde ambtseed hierop niet te overtreden en ondergetekende per kerend schrijven schriftelijk te bevestigen dat de uitlevering van R. Hörchner naar Polen op grond van bovengenoemde feiten voor onbepaalde tijd wordt opgeschort.

In afwachting van uw kerend besluit hierop verblijven wij;

Hoogachtend,

Ecologisch Kennis Centrum B.V.
Voor deze,

Ing. A.M.L. van Rooij,
Directeur.

====================================================================

Afgegeven met ontvangstbevestiging

Raad van State,

Afdeling bestuursrechtspraak,
Postbus 20019,
2500 EA ’s-Gravenhage.

Sint Oedenrode, 27 september 2007.

Open brief

Tevens verstuurd per fax 070 - 3651380 op 27 september 2007.

Ons kenmerk: BeVaCo/27097/HB.

Betreft: R.A. Verlinden, mede namens Platform Belangen van Consument (appellant)/Hoger beroepschrift tegen de op 28 augustus 2007 verzonden uitspraak van 24 augustus 2007 WOB 06/5110- FRC van de Rechtbank Rotterdam, tegen het besluit d.d. 27 april 2007 van de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin inzake het afschaffen van het procesrecht van eenieder (actio popularis).

Geacht College,

Namens R.A. Verlinden, mede namens Platform Belangen van Consument, wonende aan de Westersingel 51, 3014 GV te Rotterdam, hierna te noemen: appellant, tekent ondergetekende hierbij hoger beroep aan tegen opgemelde op 28 augustus 2007 verzonden uitspraak van 24 augustus 2007 WOB 06/5110- FRC van de Rechtbank Rotterdam Van de in geding zijnde uitspraak vindt u een kopie bijgevoegd (zie productie1) (6 pagina’s).

Aan deze zaak ligt het op 25 juli 2005 aan de behandelend rechters mr. E.F.C. Francken (voorzitter), mr. J Bergen en mr. J.J.J. Schols overhandigde dossierstuk van 25 juli 2007 ten grondslag, met bijbehorend 12-tal bijlagen aan feitelijke onderbouwing (zie productie-2)( 26 pagina’s). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen: in betreffend dossierstuk staat letterlijk het volgende geschreven:

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Rechtbank Rotterdam Sector bestuursrecht:

- Mr. J.J.J. Schols
- Mr. E.F.C. Francken (voorzitter)
- Mr. J. Bergen

Wraking rechter(s)

Sint Oedenrode, 25 juli 2007.

Uw procedurenummer: 06/5110 WOB FRC T2

Appellant:
R.A. Verlinden en Platform Belangen van Comsument
Tegen Verweerder:

De minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin
Tijdstip hoorzitting: 25 juli 2007 om 15.30 uur.

Geachte voorzitter, rechters

Van alle drie rechters willen wij persoonlijk het volgende weten:

Ten eerste:

Heeft appellant naar uw mening recht op een kopie van het gehele procesdossier: ja of nee ?

De rechter die ‘nee’ zegt wraken wij omdat die naar onze mening dan niet onafhankelijk is, maar belangen verstrengeld is met de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin, die erop uit is om alle 16 miljoen Nederlanders te vergiftigen met miljoenen kilogrammen kankerverwekkende stoffen als arseenzuur (arseen) en chroomtrioxide (chroom VI) via dekmantelbedrijven als Hickson Garantor Nederland B.V. (thans: Arch Timber Protection B.V.) en de Nederlandse houtimpregneerbedrijven (waaronder mijn buurman Gebr. van Aarle B.V. te Sint. Oedenrode) omwille van miljardenwinsten voor enkelen waaronder met name de aandeelhouders van Billiton/Shell.

Ten tweede:

Heeft appellant naar uw mening recht om ruim 10 dagen voor de zitting inhoudelijk te kunnen reageren op het verweerschrift van de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin, onderbouwd met nadere stukken aan bewijzen die worden toegevoegd aan het procesdossier waarop u een beslissing moet nemen: ja of nee?

De rechter die ‘nee’ zegt wraken wij (ook hierop) omdat die naar onze mening dan niet onafhankelijk is, maar belangen verstrengeld is met de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin, die erop uit is om alle 16 miljoen Nederlanders te vergiftigen met miljoenen kilogrammen kankerverwekkende stoffen als arseenzuur (arseen) en chroomtrioxide (chroom VI) via dekmantelbedrijven als Hickson Garantor Nederland B.V. (thans: Arch Timber Protection B.V.) en de Nederlandse houtimpregneerbedrijven (waaronder mijn buurman Gebr. van Aarle B.V. te Sint. Oedenrode) omwille van miljardenwinsten voor enkelen waaronder met name de aandeelhouders van Billiton/Shell.

Ten derde:

Bijgevoegd vindt u een kopie van het geschoonde verslag chemisch onderzoek van het bestrijdingsmiddel tanalith 3485 van Hikson Garantor B.V. (thans: Arch Timmer Protection B.V.) dat onder andere door houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode (mijn buurman) wordt gebruikt om daarmee hout te impregneren, op zijn bedrijventerrein op te slaan in illegaal gebouwde opslagstellingen (zonder vereiste bouwvergunning, in strijd met het bestemmingsplan, op sterk verontreinigde grond en daarmee in strijd met de bouwverordening en zonder een voorafgaande vereiste milieuvergunning) en te laten uitdampen en uitlogen in het kritische Dommeldal gebied van de groenste gemeente van Europa, Sint Oedenrode genaamd. (zie bijlage 1, productie 2).

Mijn bestuursdwangverzoek daartegen in juni 2003 heeft executoriale beslaglegging op al mijn onroerende goederen tot gevolg gehad.

Hetgeen met de zwarte viltstift in dat verslag chemisch onderzoek is doorgehaald zijn geheime bedrijfsgegevens. De omwonenden van het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. (waaronder ikzelf) en degenen die betreffend geïmpregneerd hout bij de firma Van Aarle kopen mogen dus niet weten waarmee ze worden vergiftigd.

Bijgevoegd vindt u blz. 1, 2, 9, 10, 11, 12 en 15 van de onherroepelijke uitspraak no: AWB 05/396 (32010) van 21 november 2006 van de rechters mr. B. Verwayen, mr. M.A. van der Ham en mr. F.H.M. Possen van het college van beroep voor het bedrijfsleven (zie bijlage 2, productie 2).

Daarin is beslist dat ik (de buurman van houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V.) geen belanghebbende ben. Daarin is ook beslist dat de direct omwonenden P. Topeeters, H. Slabbers en L.G.G.M. Mom te Buggenum van het bedrijf Essent Milieu B.V. die dit met onbekende stoffen vergiftigde gevaarlijke afval in geïmpregneerd hout en de met bestrijdingsmiddelen vergiftigde bodemspecie (waar niemand van mag weten welke stoffen erin zitten) in de open lucht mogen verwerken tot grondstof voor de opwekking van gesubsidieerde groene stroom. Ook deze direct omwonenden van het bedrijf Essent Milieu B.V., die letterlijk worden vergiftigt met enorme hoeveelheden onbekende levensgevaarlijke kankerverwekkende stoffen, zijn geen belanghebbende ingevolge bovengenoemde onherroepelijke uitspraak van het college van beroep voor het bedrijfsleven.

Het is hierbij goed te weten dat het college van beroep voor het bedrijfsleven daarmee het advies van de Awb-commissie van de college voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (CTB), onder voorzitterschap van voormalig minister van Justitie Winnie Sorgdrager (nu staatsraad bij de Raad van State) heeft overgenomen.

De advocaat die dit alles voor het college van beroep voor het bedrijfsleven voor de CTB heeft verdedigd is advocaat mr. A.A. Spoel van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd haar brief van 11 december 2006, ref: AS/az/10013398, aan ondergetekend. (zie bijlage 3, productie 2). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaal en ingelast te beschouwen.

Wat schetst onze verbazing: deze mr. A.A. Spoel is ineens geen advocaat meer bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en is nu ineens rechter bij de rechtbank Amsterdam zonder enige nevenfunctie (zie bijlage 4, productie 2). Het is juist deze mr. A.A. Spoel die als rechter van de rechtbank Amsterdam bij uitspraak van 10 juli 2007 (parketnummer: 13.497.317-2006 en RK nummer: 07/1969) heeft beslist dat Robert Horchner (om voor iedereen onbegrijpelijke redenen) moet worden uitgeleverd aan Polen om daar te worden berecht. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd het artikel “Nederland levert Horchner over” uit het Katholiek Nieuwsblad van 13 juli 2007 (zie bijlage 5, productie 2). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Advocaat mr. F.W. Bleichrodt die als landsadvocaat in deze zaak minister E.H.M. Hirsch Ballin van Justitie vertegenwoordigt is eveneens werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn. Daarnaast is hij ook nog raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem (zie bijlage 6, productie 2). Bij het Gerechtshof Arnhem heeft hij opgegeven de volgende nevenbetrekking te bekleden (zie bijlage 6, productie 2):

- Advocaat; Co-auteur losbladige editie Handboek strafzaken;
- Co-auteur losbladige editie Het penitentiair recht;
- Lid redactie sancties.

Deze rechter mr. F.W. Bleichrodt heeft de volgende nevenbetrekkingen niet opgegeven, terwijl die wel door hem worden bekleed.

1. de functie als professor (hoogleraar) op de Rijksuniversiteit Groningen bij de afdeling Strafrecht en Criminologie (zie bijlage 7, productie 2).
2. lid van de Nederlandse Juristen Vereniging (NVJ) (zie bijlage 8, productie 2). De ledenlijst van deze vereniging is geheim. Het betreft dus een geheim genootschap. Bestuurslid van deze vereniging is mr. R.R. Winter, president van het college van beroep voor het bedrijfsleven en mr. H.F.M. Hofhuis, president van de rechtbank ’s-Gravenhage (zie bijlage 9, productie 2). Een grotere geheim gehouden belangenverstrengeling kan men niet hebben.
3. lid van de VAR Vereniging voor Bestuursrecht (zie bijlage 8, productie 2). De ledenlijst van deze vereniging is geheim. Het betreft dus een geheim genootschap. Voorzitter van deze vereniging is mr. B.J. van Ettekoven, staatsraad bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie bijlage 10, productie 2). Een grotere geheim gehouden belangenverstrengeling kan men niet hebben.
4. lid van de vereniging voor Penitentiair recht en Penologie (zie bijlage 8, productie 2). De ledenlijst van deze vereniging is geheim. Het betreft dus een geheim genootschap. Het overzicht van de bestuursleden van deze vereniging vindt u bijgevoegd (zie bijlage 11, productie 2).

Met bovengenoemd feitelijk bewijsmateriaal is glashelder komen vast te staan dat advocaat mr. F.W. Bleichrodt die deze zaak namens minister dr. E.M.H. Hirsch Ballin van Justitie verdedigt erg belangenverstrengeld is met de rechtelijke macht. Wij verzoeken u dan ook hem niet toe te staan als landsadvocaat ter verdediging van minister dr. E.M.H. Hirsch Ballin van Justitie in deze zaak. Bent u daartoe bereid: ja of nee ?

De rechter die ‘nee’ zegt wraken wij (ook hierop) omdat die naar onze mening dan niet onafhankelijk is, maar belangen verstrengeld is met de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin, die erop uit is om alle 16 miljoen Nederlanders te vergiftigen met miljoenen kilogrammen kankerverwekkende stoffen als arseenzuur (arseen) en chroomtrioxide (chroom VI) via dekmantelbedrijven als Hickson Garantor Nederland B.V. (thans: Arch Timber Protection B.V.) en de Nederlandse houtimpregneerbedrijven (waaronder mijn buurman Gebr. van Aarle B.V. te Sint. Oedenrode) omwille van miljardenwinsten voor enkelen waaronder met name de aandeelhouders van Billiton/Shell.

Hoever deze algehele vergiftigingscriminaliteit onder leiding van huidig minister van justitie mr. E.M.H. Hirsch Ballin van Justitie gaat kunt u lezen in bijgevoegd artikel “Intimidatie en dictatuur in rechtbank Den Bosch” in het Echte Nieuws van 2 juli 2007 (zie bijlage 12, productie 2). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Uit de inhoud van dit artikel kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat justitie onder politieke verantwoordelijkheid van minister Hirsch Ballin van Justitie, mij voorafgaande aan de behandeling van deze zaak ter zitting, op basis van een valse aangifte van Erik van Aarle (directeur van houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle) op basis van een uitspraak van rechter mr. G.A.F.M. Wouters op grond van een anonieme dagvaarding, een anonieme officier van justitie en een anonieme griffier mij achter de tralies wilde zetten. Dit met de bedoeling daarmee bewerkstelligd te krijgen dat ik deze zaak niet kon en mocht verdedigen.

Hoogachtend,

Ecologisch Kennis Centrum B.V.
Voor deze:

Ing. A.M.L van Rooij
Directeur.

Bijlage: Dit Wrakingsverzoek bevat een 12 tal bijlagen, bestaande uit 22 pagina’s.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

In dit dossierstuk dat onderdeel uitmaakt van de in geding zijnde uitspraak staat letterlijk het volgende geschreven:

De advocaat die dit alles voor het college van beroep voor het bedrijfsleven voor de CTB heeft verdedigd is advocaat mr. A.A. Spoel van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd haar brief van 11 december 2006, ref: AS/az/10013398, aan ondergetekende (zie bijlage 3). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaal en ingelast te beschouwen.

Wat schetst onze verbazing: deze mr. A.A. Spoel is ineens geen advocaat meer bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en is nu ineens rechter bij de rechtbank Amsterdam zonder enige nevenfunctie (zie bijlage 4). Het is juist deze mr. A.A. Spoel die als rechter van de rechtbank Amsterdam bij uitspraak van 10 juli 2007 (parketnummer: 13.497.317-2006 en RK nummer: 07/1969) heeft beslist dat Robert Horchner (om voor iedereen onbegrijpelijke redenen) moet worden uitgeleverd aan Polen om daar te worden berecht. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u bijgevoegd het artikel “Nederland levert Horchner over” uit het Katholiek Nieuwsblad van 13 juli 2007 (zie bijlage 5). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Ingevolge artikel 8:60, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen getuigen en deskundigen meebrengen of bij aangetekende brief of deurwaardersexploit oproepen, mits daarvan uiterlijk een week voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan andere partijen mededeling is gedaan, met vermelding van de namen en woonplaatsen. Op deze bevoegdheid worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56, gewezen. Van deze bevoegdheid maakt ondergetekende namens appellant, gezien de hierboven beschreven inhoud, gebruik en roept hierbij de volgende getuigen op om gehoord te worden:

3. R. Hörchner, Willem Alexanderplein 21, 5271 AR, Sint-Michielsgestel.

4. mr. A.A. Spoel, vanaf 1 januari 2007 rechter bij de rechtbank Amsterdam, voor die tijd advocaat bij Pels Rijcken & Drooglever Fortuijn.

Van deze gebruikte wettelijke mogelijkheid om in deze zaak bovengenoemde getuigen op te roepen om gehoord te worden zullen wij de tegenpartij, zijnde de minister van Justitie dr. E.M.H. Hirsch Ballin, onverwijld in kennis stellen en middels overlegging van dit hoger beroepschrift van hem eisen gebruik te maken van zijn speciale bevoegdheden om R. Hörchner op grond hiervan aanstaande maandag 1 oktober 2007 niet uit te leveren aan Polen.

Vanwege de drukke agenda heeft ondergetekende dit hoger beroepschrift verder nog niet inhoudelijk kunnen motiveren.

Wij verzoeken u ondergetekende een termijn te vergunnen van zes weken voor de nadere motivering van dit hoger beroepschrift en dat schriftelijk te bevestigen.

Expliciet maken wij u kenbaar dat de griffiekosten ten laste van rekening courant nummer 705-151R gebracht moeten worden.

De volmacht van appellant vindt u bijgevoegd (zie productie-3)(1 pagina).

Bijgevoegd vindt u verder:
- Uittreksel KvK, met dossiernummer 16090111, van het Ecologisch Kennis Centrum B.V. (zie productie-4)(2 pagina’s).

- Uittreksel KvK, met dossiernummer 17102683, van Van Rooij Holding B.V. (zie productie-5)(2 pagina’s).

Hoogachtend,

Ecologisch Kennis Centrum B.V.
Voor deze,

Ing. A.M.L. van Rooij,
Directeur.

Bijlage: Dit hoger beroepschrift bevat een 5 -tal producties, bestaande uit 42 pagina’s.

Commentary

Leave a response »

Leave a comment, a trackback from your own site or subscribe to an RSS feed for this entry. Trackback URL for this entry Comments feed for this entry

Leave a response

Leave a URL

Preview